Denktank van de Kamer

 Denktank van de kamer
Oproep aan kabinet,  parlementsleden en aan
ieder die bezorgd is over onze democratie,
om stappen te zetten voor de instelling van een
Denktank van de Tweede Kamer.

 Erosie van de democratische fundamenten
   Een oeroud patroon ontwikkelt zich voor onze ogen, namelijk de erosie van de fundamenten van de samenleving, en in de huidige situatie dus van onze democratie. Herman Tjeenk Willink spreekt over “betonrot in de instituties”.
Het Toeslagenschandaal, het Groningse gaswinningschandaal, en de stikstofkwestie,  zijn, met andere problemen, exponenten van die erosie.
Deze verontrustende fenomenen worden in het essay ‘Topoverleg’, tegen de historische achtergrond van de ontwikkeling van samenlevingen  beschouwd, waarin het mechanisme duidelijk wordt en daarmee ook de oplossing.
Dit essay is bedoeld als een ietwat verkorte maar ook geactualiseerde samenvatting van het eerder genoemde ‘Topoverleg’.
   Het is door de genoemde schandalen inmiddels duidelijk dat het de Kamer ontbreekt aan kennis en tijd om haar functies van medewetgever en controleur van de overheid goed uit te kunnen oefenen.
Geen wonder, want de samenleving is zo complex geworden dat het voor de volksvertegenwoordiging schier onmogelijk is om zonder deskundige bijstand de werkelijkheid in haar juiste proporties te kunnen beoordelen.

De opkomst van “Botshit”
NRC 11/01/’24 pg 18 doet verslag van de doorbraak van generatieve AI-technologieën zoals ChatGPT waarmee kinderlijk eenvoudig nepnieuws op grote schaal kan worden gegenereerd. Wetenschappers spreken van bullshit die via bots massaal kan worden verspreid. “Ze waarschuwen voor de ‘epistemische risico’s’, oftewel de bedreigingen voor onze kennis en begrip van de wereld”. Zo kan een “volledig illusoir informatielandschap” ontstaan. Kiezers kunnen “verstrikt raken in deze misleidende online werkelijkheden, gevormd door een gevaarlijke combinatie van AI-fantasieën en politiek opportunisme”.

Het zal vrijwel ondoenlijk zijn om de grote massa kiezers tijdig en voldoende te informeren over de mate van betrouwbaarheid van de diverse online-media. De kiezers zullen kun kennis moeten gaan ontlenen aan het de handelingen en beslissingen van de Tweede Kamer die op haar beurt moet worden gevrijwaard voor nepinfomatie.
Gezien haar gebrek aan tijd en kennis zal die vrijwaring moeten gebeuren door een apart gremium dat door de Kamer wordt aangesteld om nep- en fakenieuws uit de berichtenstromen uit te filteren.
Uit de toeslagenaffaire is al duidelijk geworden dat zij niet in staat is om controle uit te oefenen op de gebruikte AI in uitvoeringsbesluiten; logisch want dat is werk voor deskundigen.
Pieter Omtzigt stelt dat de beleidsnota’s van de overheid volstrekt willekeurige samenvattingen van de werkelijkheid zijn, met fouten en leemten. Ook de verificatie en validering van die modellen is deskundigen-werk.
Bij elkaar beschouwd leidt dit tot de conclusie dat de Kamer een eigen onafhankelijke denktank nodig heeft om haar functies goed te kunnen uitoefenen.
    De bedoeling is de Tweede Kamer te revitaliseren door de instelling van een denktank die onafhankelijk van de politiek,  sowieso overheidsvoorstellen voor wetgeving en beleid analyseert en valideert, maar nu ook zorgt voor een betrouwbare versie van berichtgeving.
    De Denktank is dus geen adviesorgaan, maar een eigen orgaan van de Kamer dat al het voorbereidende onderzoek doet om de politiek in de Kamer een bruikbaar en betrouwbaar speelveld te leveren.

Hoe dat verder uitwerkt is te lezen in het essay “Wetgeving in optima forma” op deze website.
Dit essay is vanaf hier nog in bewerking voor een update.

Voorstanders
   Van vele kanten wordt de noodzaak tot instelling van een denktank ingezien. Ik maak een keuze.
   Pieter Omtzigt stelt in zijn boek Een nieuw sociaal contract (pag. 114,115) dat modellen dominant zijn en dat de beleidsmodellen van de overheid subjectieve samenvattingen van de werkelijkheid zijn, met fouten en onvolledigheden, die zouden moeten worden geverifieerd en gevalideerd door een gremium dat onafhankelijk is van de politiek en lobbyisten; een denktank dus.
   De Tweede Kamer
De Tweede Kamer meldt zelf -bij monde van de enquêtecommissie Groningse gaswinning in de marge van haar rapport-  dat de Tweede Kamer moet worden versterkt om haar taak als medewetgever en controleur van de uitvoerende macht goed te kunnen uitvoeren.
   De Raad voor de rechtspraak
De voorzitter van de Raad heeft zich onlangs over de kwaliteit van wetgeving uitgelaten. Hij stelt dat goede wetgeving tot minder rechtspraak leidt, waarmee hij bedoelt dat de rechter het drukker heeft naarmate de wetgever slechte wetten maakt; en de rechter kampt al vele jaren met achterstanden.
De impliciete conclusie is duidelijk.
    Het is buiten de gangbare orde, maar wel passend in de taak van de machten in de trias politica om elkaar op de hoogte te houden van hun gezamenlijke effectiviteit. Dus terecht dat de rechterlijke macht in het openbaar een oordeel uitspreekt over de kwaliteit van het werk van de wetgevende macht en daarmee wijst op het gebrekkig functioneren van de Kamer als medewetgever. Die uitspraak telt zwaar.
   Herman Tjeenk Willink
Herman Tjeenk Willink hekelt in zijn genoemde boeken de tekortschietende kennis zowel bij de bewindslieden, de departementen, als de Tweede Kamer.
In de debatten blijkt niet zelden dat partijen niet in de gaten hebben dat zij eigenlijk over verschillende onderwerpen praten.
De diepgang aan kennis is pover.
Zijn laatste boek HET TIJ TEGEN is een brede analyse van de oorzaken van het verlies van het vertrouwen dat de burger in de overheid heeft. Geld en management zijn de ijkpunten voor het beleid geworden waardoor de zekerheden, die de burger krachtens de Grondwet mag verwachten, gestaag zijn uitgehold.
    Reijer Passchier
Ook de onderzoeker Passchier komt in zijn boek Artificiële intelligentie en de rechtsstaat tot de conclusie dat de Kamer met een eigen wetenschappelijk bureau moet worden versterkt, want van Kamerleden mag je niet verwachten zij als politicus ook AI-deskundige zouden kunnen zijn. Dat is een vak apart.
    Kees Verhoeven
Het oud-Kamerlid Verhoeven rapporteert in De democratie crasht  het gevaarlijke gebrek aan kennis van AI bij de Kamer. Deskundige ondersteuning is vereist. 

Waarom faalt de overheid?
   Goed beschouwd ligt de oorzaak van het falen van de overheid in het gebrek aan kennis bij de Tweede Kamer die daardoor niet goed kan functioneren.
En dat is onder meer het gevolg van de ‘Oekaze Kok’ die in de tachtiger jaren ieder contact en kennisoverdracht tussen Kamerleden en de departementen verbood.
Deze, aan autocratie grenzende ingreep van destijds, was recentelijk binnen het kabinet de aanleiding om verband te leggen met het kwijnende vertrouwen van de samenleving in de overheid en de politiek.

Toegang tot departementen
   Op 11 januari 2023 besloot  premier Rutte met de minister van BZK en alle twaalf secretarissen-generaal van de departementen  – het ‘Topoverleg’-  dit monopolie van bewindslieden op de kennis van de departementen op te heffen.
Het argument was dat de Kamer als medewetgever toch over dezelfde gegevens moet kunnen beschikken als de overheid.
(Voor de burgerij geldt het besluit ook met het argument dat die belasting betaalt). 
  De Kamer kan nu dus de nodige gegevens en modellen (laten) opvragen om die door de denktank te laten verifiëren en bewerken zoals Omtzigt voorstelt.
    Ik merk hierbij op dat de Kamer niet over de nodige kennis zal beschikken om bij de departementen de nodige informatie op te vragen; dit zal dus tot een van de taken van de denktank behoren. 

De impact van de ‘Denktank’
   Het wetgevingsdebat met de overheid kan door de Kamer worden gevoerd op basis van de opties die de Denktank heeft uitgewerkt.
Bij dat debat zullen leden van de Denktank aanwezig zijn waardoor het debat aan diepgang en werkelijkheidswaarde wint.  Meer hierover in hoofdstuk 4 van het eerder genoemde essay.

Er zijn nog twee aspecten die aandacht verdienen:
1. Het politieke klimaat wordt voor bewindslieden aantrekkelijker als het kennispotentieel van de Kamer opweegt tegen dat van de departementen. En daarmee neemt de kans toe dat gekwalificeerde personen makkelijker voor een politieke of bestuurlijke functie kiezen dan voor een functie elders.
(Dat de wederzijdse voordelen voortspruitend uit belangenverstrengeling, bij adequaat optreden van de Kamer komen te vervallen, is ongetwijfeld van invloed op de kwaliteit van bewindslieden).
2. Een tweede gevolg van een zodanig kennisevenwicht is dat het afschrikwekkende karakter van een minderheidskabinet verdwijnt.
Een kabinetsvoorstel kan een zodanige kwaliteit hebben dat de analyse van de Denktank een Kamermeerderheid oplevert.
    De achterliggende gedachte is als volgt:
Het voorstel van de minister komt uit de departementale kennisbronnen en is gevormd aan de hand van de bedoelingen van de minister en de gehanteerde denkkaders.
Die bronnen zijn nu ook voor de Denktank toegankelijk geworden.
De kans is dan groot dat de uiteenzetting en de opties die de Denktank aan de Kamer presenteert zowel in de lijn van het voorstel van de minister liggen, en ook stroken met de wensen van de Kamer en daarmee een Kamermeerderheid opleveren.
     Deze denkwijze zou bijvoorbeeld passen voor een stikstofdebat waarbij een van de fracties een standpunt hanteert dat tegen het wetsvoorstel ingaat maar geen stand houdt na de presentatie van de Denktank. Dit levert een verheldering van de situatie op die voor andere partijen een argument kan zijn om het regeringsvoorstel te steunen.
De wetenschappelijk basis van de presentatie van de Denktank kan hier het doorslaggevende aspect van het optreden van de Denktank zijn.

De instelling van de Denktank
   Uitgaande van de dominante positie van de overheid zal de coalitie die uiteraard willen handhaven en dus allicht geen medewerking aan de instelling willen verlenen.
De Tweede Kamer zal nu stappen moeten nemen om haar geloofwaardigheid als integere en betekenisvolle volksvertegenwoordiging te redden.
   Het lijkt me logisch en redelijk dat de Kamerleden, die de noodzaak van een eigen Denktank inzien, zonder meer kunnen overgaan tot het instellen daarvan. Een besluit van de Kamer als zodanig is niet nodig. Er is daarenboven een drievoudige basis bij de overheid aanwezig die voor de Kamer als een uitnodiging kan worden opgevat om de nodige stappen te kunnen nemen:

  1. Het beroep op het recht dat in 2017 is ontstaan om de volledige documentatie van bij de conceptie van wetgeving gebruikte AI, te ontvangen. De uitoefening van dit recht betekent impliciet de aanwezigheid van deskundigheid bij de Kamer.
  2. Het recht op inlichtingen op grond van artikel 68  GW dat zonder deskundigheid bij de ontvanger geen intrinsieke waarde heeft.
  3. De toegang tot de kennis van de departementen die is beoogd met de opheffing van het kennismonopolie zoals op 11 januari 2023 is besloten door de premier, de minister van BZK en de twaalf secretarissen-generaal.
    Hierbij moet ik opmerken dat in het eerder genoemde hoofdstuk 4 van mijn essay sprake is van “Grenzeloos samenwerken”  tussen departementsambtenaren en Kamerleden. Het idee van grenzeloosheid is zeer aansprekend omdat hier iets nieuws wordt gepresenteerd waarbij brede marges nodig zijn om het project handen en voeten te kunnen geven.
    Maar helaas is die samenwerking in een moeilijk te aanvaarden vorm gegoten, waar ik mijn vraagtekens bij heb gezet. Een integere vorm van samenwerken werkt alleen op een breed niveau tussen ambtenaren en Kamerleden-met-een-denktank dat niet in aparte gespreksgroepjes mag worden gevoerd; zoals dat toch wel wordt voorgesteld.
    Als de samenwerking in het plenum van het Kameroverleg plaats zou vinden, zoals mag worden verwacht, slaat ook de gereserveerde dertig miljoen die voor deze overlegstructuur is uitgetrokken m.i. nergens op.

Adressering
Deze oproep is ook gericht tot die mensen die vanuit hun betrokkenheid op het onderhoud van onze democratie, de koppen bij elkaar willen steken en de handen ineen willen slaan om te komen tot de instelling van een eigen deskundigenbureau: ‘Denktank’  van de Tweede Kamer.

Instelling en organisatie
Wat de instelling en organisatie van de Denktank betreft, moet ik dat overlaten aan mensen die ervaring hebben met de instelling van nieuwe staatsrechtelijke instituties.
   Er zijn echter een aantal essentiële randvoorwaarden:
1. De leden van de Denktank worden door loting aangewezen.
2. 
De loting geschiedt onder deskundigen van (overheids-) adviesorganisaties die geacht kunnen worden een aanvaardbare afspiegeling te vormen van de deskundigheid in Nederland op alle gebieden van wet- en regelgeving.
3. De zittingsduur is vijf jaar,  jaarlijks wordt een vijfde van hen door loting vervangen. Zij blijven evenwel behoren tot de groep waaruit de loting plaatsvindt.
4. Voor belangenverstrengeling en andere ongevraagde beïnvloeding van de leden moet worden gewaakt.
5. De Denktank heeft een bestuur dat de jaarlijkse loting voor de wisseling van leden van de Denktank verzorgt; het bestuur wordt door coöptatie samengesteld.
6. De Denktank is onafhankelijk van de politiek en beweegt zich op alle gebieden van  wetenschappelijke belangstelling.  

Partijdiscipline
   Kamerleden zullen zich moeten gaan beraden over de verhouding van hun eed -of belofte- op de Grondwet, tegenover de trouw aan hun politieke partij.
Deze afweging leidt tot een keuze:
Namelijk het al of niet steunen van de partij die kennelijk onder invloed van een economische- of andere belangengroep staat en voornemens is deze groep te steunen, in weerwil van het feit dat daarmee een overwegend belang van een aanzienlijk deel van de bevolking niet in de overwegingen is meegenomen.

De politiek was, zoals meermaals is gebleken, door gebrek aan kennis en begrip van de situatie niet in staat het te steunen deelbelang af te wegen tegen het algemeen landsbelang zoals dat in een deugdelijk wetgevingsoverleg geformuleerd had moeten worden.
Onder andere maakte de strak gehanteerde partijdiscipline het praktisch onmogelijk om buiten de partij om de nodige kennis te verkrijgen over de gevolgen van het beleid.

Het betekent dat het constitutioneel bewustzijn van de tweede Kamer onder de maat is door het kennisgebrek niet als zodanig te herkennen en daardoor ook geen stappen heeft kunnen zetten om de nodige kennis te verkrijgen.
Deze leemte moet worden ingevuld door de instelling van een eigen denktank met constitutionele verankering. De complexiteit van de samenleving is dermate toegenomen dat deze “cruciale aanpassing” in het belang van het evenwicht in de trias politica genomen moet worden.

   Dat evenwicht behoort immers tot een van de meest essentiële onderdelen van het fundament van onze democratische rechtsstaat.
Ik verwijs hiervoor naar hoofdstuk 1 van mijn genoemde essay met het onderzoek van Acemoglu & Robinson en de conclusie dat de staat moet worden “geketend” om het afglijden naar een despotisch regime te voorkomen.

   De regering en de Kamer komen met de komst van de Denktank van de Kamer in een evenwichtiger debat dat zich bovendien structureel op een hoger wetenschappelijk-  en deskundigheidsniveau kan ontwikkelen.
Dat zou de noodzakelijke versterking van het evenwicht in de trias politica betekenen die
voor een vitale democratie essentieel is.
Het parlement bepaalt door betekenisvolle deelname aan het wetgevingsproces mede het beleid en borgt de humane aspecten die de socio-technische (AI) samenleving vormen.
Als duidelijk is dat het parlement niet alleen goed op de hoogte is van de menselijke en technische achtergronden van de situatie waarvoor een wet wordt gemaakt, maar deze kennis ook in haar volle omvang in het wetgevingsproces zal inbrengen,
zal het vertrouwen van de burgerij hierdoor toenemen en daarmee ook de stabiliteit van de samenleving.
Zwolle, 7 juni; nog onder bewerking op 11 januari 2024

Dit essay is zonder ChatGPT o.i.d. geconcipieerd

3 reacties op “Denktank van de Kamer”

Het wordt niet duidelijk gemaakt waarom de leden door loting zouden moeten worden gekozen en niet door een sollicitatie bij het bestuur.

Hans,
Dank voor je reactie en je vraag waarom de leden van de denktank door loting moeten worden aangewezen en niet in een sollicitatie procedure.
Mijn antwoord is dat Iedere mogelijke invloed vanuit de politiek op een wetenschappelijk rapport moet, waar mogelijk, worden uitgesloten.
De denktank analyseert wetten en beleidsvoorstellen, geeft de voordelen en bezwaren aan en de effecten voor de burgerij. Dat resulteert in een aantal opties waaruit de politiek moet kiezen.
De neutraliteit moet in het rapport centraal staan en niet al politiek voorgekleurd zijn. Omdat het bestuur in een sollicitatieprocedure zijn voorkeuren kan doen gelden, moet zo’n procedure worden uitgesloten en komt loting daarvoor in de plaats.
Deze gang van zaken is een onderdeel van het beoogde dualisme in een democratische besluitvorming.
Daarmee is ook de transparantie naar de burgerij geholpen.
Wij danken de huidige problemen aan de dominantie van de overheid en het gebrek aan kennis bij zowel de departementen als de Tweede Kamer.
Tjeenk Willink schreef daarover in zijn recente boek ‘Het Tij tegen’.
Ik zie de komst van een Denktank als de oplossing van problemen. Maar lees ook ‘Topoverleg’ voor de achtergrond.
Doede

Een reactie achterlaten op Hans de Vries Reactie annuleren

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *