Wilders’ probleem? 6 november 2024
Hoofdlijnenakkoord
Het kabinet-Schoof stuit op de kennelijk beperkte uitvoerbaarheid van de afspraken die in het hoofdlijnenakkoord zijn gemaakt.
Een van die afspraken is dat noodwetgeving zal worden gebruikt om snel tot wetgeving te komen voor crisissituaties. Wetten kunnen dan worden gemaakt buiten het parlement om.
Regeren geschiedt dan met het uitvaardigen van decreten waar het parlement geen vat op heeft.
Wilders houdt stijf en strak vol voor deze methode van regeren om tot een snelle oplossing van de “asielcrisis” te komen.
NSC ligt dwars en doet beroep op de voorwaarde -die door haar op het nippertje in het akkoord is opgenomen- die stelt dat een “dragende motivering” nodig is om noodrecht toe te mogen passen.
Deze problemen mogen niet verbazen aangezien de commissie van deskundigen, hoogleraren en advocaten, die van de Nederlandse Orde van Advocaten opdracht heeft gekregen om de voornemens in dat akkoord te bestuderen, tot het oordeel komt dat negen plannen in dat akkoord “in strijd zijn met de beginselen van rechtsstatelijkheid”. (Het Financieele Dagblad 11/10).
Is het eigen onwetendheid van de coalitie dat zij zich niet aan haar eigen beginsel houdt dat zij de grenzen van de rechtsstatelijkheid niet zal overschrijden?
Een onnozele regering is nauwelijks minder erg dan een onbetrouwbare.
Hier wreekt zich meer in het algemeen het populistische karakter van dat akkoord: het negeert de realiteit en de complexiteit van de problemen.
De aanpak van de problemen die het kabinet Rutte heeft achtergelaten dreigt daarmee in het slop te geraken.
Zetelbehoud in gevaar
De PVV-ministers blijven trekken aan een dood paard en verspelen de tijd terwijl het om oude en belangrijke problemen gaat die inmiddels klemmend urgent zijn geworden.
De heer Wilders, die geen partij heeft maar slechts volgers, zal inzien dat hij zijn kiezers zo langzamerhand moet bedienen, wil hij zijn zetels in komende verkiezingen kunnen behouden.
Dat blijkt lastig doordat hij compromissen zou moeten sluiten, en dat weigert hij -volgens eigen zeggen- principieel.
Hij zal dus ook nooit in een democratie kunnen acteren, want een democratie bestaat bij de gratie van het sluiten van compromissen (en onderling vertrouwen in het algemeen).
Dan is er het bericht in NRC 16/10 dat minister Faber verkondigt dat de “dragende motivering” af is en dat ze “in onderhandeling is” met de fractievoorzitters van de vier coalitiepartijen.
Tijdens het vragenuur ontkennen VVD, NSC en BBB dat ze de motivering al hadden gezien en bevestigde Geert Wilders dat dit inderdaad niet klopte en dat ze zich waarschijnlijk “versproken” had.
Dit voorval voedt de opkomende twijfel aan de capaciteiten en de integriteit van Wilders’ bewindslieden.
Deze vertoning zou niet alleen minister Faber belachelijk kunnen maken, maar ook vragen kunnen doen rijzen over de inzichten van de heer Wilders op het punt van de kwaliteit van personen en de complexiteit van politieke problemen.
Dat hij niets ziet in het democratische bestel voor de oplossing van politieke vraagstukken wordt verderop duidelijk.
Minister Faber slaagt vervolgens niet in het formuleren van die “dragende motivering” en een kabinetscrisis dreigt. Premier Schoof heeft inmiddels echter een compromis tussen PVV en NSC bereikt. VVD en BBB zijn overigens buiten het overleg PVV-NSC en Schoof gehouden.
Maar als zij op 25 oktober met het compromis instemmen is het kabinet gered.
Wilders autocraat
Wilders is zelf heel duidelijk over zijn rol als premier en over het sluiten van compromissen.
Wij konden enige tijd geleden zijn twee uitspraken horen waarin hij aangaf dat hij streeft naar een autocratisch bewind waarin hij premier is; zijn woorden luidden:
“Bij de volgende verkiezingen word ik premier”, en
“Compromissen zijn lastig, maar als ik 76 zetels heb is dat over”.
Tom-Jan Meeus noemt ter illustratie in NRC 15/10 “ongemakkelijk veel autoritaire verlangens” waarvan de uitingen en het optreden van Wilders en andere PVV-Kamerleden blijk geven.
Hij besluit overigens met de opmerking dat het kabinet, tegen de ingezette trend van daling van het aantal asielzoekers in, het tekort in de opvang handhaaft en de spreidingswet wil intrekken.
Dat strookt dus met de bedoeling van Wilders om de opgefokte crisis-waan te versterken, althans in stand te houden.
Ik kom daarop terug.
Asiel-noodwetgeving; Kamer buitenspel?
Dat Wilders terugdeinst voor het parlementaire wetgevingstraject met het risico van bakzeil halen en nieuwe verkiezingen, blijkt uit de route die hij kiest via noodwetgeving.
Premier Schoof is hem overigens ter wille door botweg in de krant te stellen dat wij allemaal toch ervaren dat asielmigranten een noodsituatie veroorzaken?
Maar de Kamer protesteert en werpt tegen dat het uitroepen van de noodsituatie de regering in staat stelt wetten (decreten) te maken waarbij de Kamer buitenspel staat.
Maar Wilders zegt dat dit niet het geval is.
En wel omdat in de Vreemdelingenwet immers de mogelijkheid is gegeven om in crisissituaties met noodwetgeving te regeren; en dat de Kamer die wetgeving heeft goedgekeurd en dus heeft meegewerkt aan noodwetgeving,
en nu dus niet buitenspel staat.
Maar het maken van wetten is toch duidelijk wat anders dan het uitvoeren van wetten.
De mentaliteit van de alleenheerser komt bij de heer Wilders nu wel heel sterk naar boven, nu hij kennelijk meent dat de uitvoerder van wetten identiek is met de maker ervan, en omgekeerd.
Dat de Kamer hierop niet reageert en kennelijk niet begrijpt hoezeer zij wordt gemarginaliseerd, is helaas tekenend voor de situatie waarin onze democratische rechtsstaat is komen te verkeren.
Van zwakgeletterden mag je niet verwachten dat ze ook altijd begrijpen wat ze lezen.
Maar het valt tegen dat ook hoogbegaafd geletterden, zoals doctorandi, deze vaardigheid (soms) blijken te missen.
Drie maanden lang regeren met decreten
Nu er een compromis is bereikt dat op 25 oktober zou moeten worden afgerond, kunnen we ons verder verdiepen in de vraag waarom Wilders zo gebrand is op toepassing van noodrecht.
Door het uitroepen van een noodsituatie door de regering wordt die bevestigd met het uitbrengen van een Koninklijk Besluit (KB) waar de Kamer pas veel later een mening over kan geven, zonder evenwel veranderingen aan te kunnen brengen of over te gaan tot vernietiging ervan.
Premier Schoof regeert dan per decreet met een regering waarin de invloed van de PVV overheerst.
Dat de besluitvorming in die regering glad zal verlopen ligt niet in de lijn der verwachtingen. Onzekerheden en verwarring omtrent die decreten (problemen door taalgebruik?) zijn dus te verwachten.
Pas na drie maanden moet hij in de Kamer verantwoording afleggen voor het gevoerde regeringsbeleid. In de tussentijd heeft hij vrij spel waarbij de gerede kans bestaat dat hij onderdelen van het democratisch bestel uitkleedt, zoals de persvrijheid en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.
Daarmee zou hij perfect voldoen aan een paar dierbare wensen van Geert Wilders. (Wilders heeft zich al eerder in die richting uitgelaten).
Hij kan zijn positie ook gebruiken om de noodtoestand steeds weer te verlengen. Dat is inherent aan die positie als zodanig, en in de geschiedenis ook terug te vinden. (Weimarrepubliek)
De zin tot macht is ontembaar.
Met het compromis zou deze kou voorlopig uit de lucht zijn, maar Rutte heeft nog meer problemen achtergelaten die dringend om een oplossing vragen. En noodrecht blijft voor Wilders een aantrekkelijke route om alleenheerser te worden.
Wilders grijpt de macht na onrust en verwarring
Naast en in plaats van deze route bestaat het gevaar dat de onrust en onzekerheden die zullen ontstaan, aan Wilders de kans geven zich als de sterke man te profileren die de orde zal herstellen. Onrust werkt in zijn voordeel en die kan hij dus ook aanwakkeren.
Dat is namelijk de geijkte aanpak van de populist: eerst onrust en haat zaaien, mensen tegen elkaar opzetten, desinformatie en frames verspreiden, bestaande wetten opzij zetten (spreidingswet), om de wanorde te scheppen die hij dan zal beëindigen: door het instellen van zìjn orde. Zie Poetin en Orbán c.s.
Het ligt voor de hand dat Wilders bij Poetin (vriendschapsspeldje) en Orbán lessen heeft opgedaan die hem tot een echte autocraat hebben gevormd.
En als de kiezer dat bij de komende verkiezingen niet in de gaten heeft, dan zitten we met een dictatuur. En daar komen we dan niet makkelijk van af, gegeven de felle surveillance die ‘dankzij’ de gevorderde ICT-toepassingen kan worden uitgeoefend.
Wilders schrijft artikel op Breitbart
Mijn aandacht wordt tijdens het bijwerken van mijn artikel, gevestigd op de bijdrage van Bart Top in NRC/Opinie van vandaag, 24 oktober. De kop luidt:
“Wilders wil etnisch herkenbaar Nederland” met sub-kop
“Vergeet ijskasten en rechtsstatelijkheid – Wilders wil een Nederland gemodelleerd naar een etnostaat als Israël, leest Bart Top”.
Een artikel over twee kolommen met daartussen “Voor het gemak slaat Wilders in zijn historische betoog de naziperiode over”.
Hij besluit zijn column met de zin: “Wilders’ streven is onveranderd: een gedeïslamiseerd, etnisch herkenbaar Nederland.”
(Bart Top was hoofdredacteur van multicultureel weekblad Contrast, is publicist en dichter. Breitbart is een Amerikaanse nieuwssite)
Deze bijdrage verduidelijkt de opstelling van de heer Wilders en misstaat m.i. derhalve niet in mijn artikel.
Is een kabinetscrisis opportuun?
Het zou alleen al om die reden (de mogelijkheid van toepassing van noodwetgeving) wellicht raadzaam zijn om op een kabinetscrisis aan te sturen in de hoop en verwachting dat Kamerleden en kiezers inmiddels zijn gaan inzien dat betekenisvolle samenwerking tussen partijen de enige route opent om, voor de tijd dat dat nodig is, de nijpende problemen met parlementaire wetgeving tot een oplossing te brengen.
Hierover moet vooraf echter wel voldoende zekerheid bestaan om deze, niet ongevaarlijke route, in te slaan.
Een stemovereenkomst sluiten is natuurlijk mogelijk, maar hoe benader je de kiezer, die zich met gevoelens van achtergesteld-zijn en revanchisme heeft afgekeerd van het democratisch overleg?
Hun afstand tot wetenschappelijke rapporten, die erop wachten om voor oplossingen te worden geraadpleegd, is groot en voor hen moeilijk te overbruggen.
En er zullen bewindslieden van een ander kaliber en met een andere instelling moeten aantreden. Overleg met departementsambtenaren zou een sfeer van vertrouwen naar de bevolking kunnen brengen, zoals werd beoogd in het besluit van 11 januari 2023.
(Zie Topoverleg in www.democratiesupport.nl, dat moest dienen als doekje voor het bloeden, maar in essentie onmisbaar is)
Gedachtenbubbels moeten worden doorgeprikt om elkaar weer te verstaan. Het veiligstellen van onze democratische rechtsstaat is top.
De oppositiepartijen en ook andere Kamerleden zijn aan zet:
Wilders, probleem!