Categorieën
Uncategorized

Tjeenk Willink in Buitenhof

Herman Tjeenk Willink zegt in Buitenhof 21/5/2023 onder meer:

De controle van het parlement op de uitvoering is onvoldoende:
“het parlement doet te weinig” en dus komt het aan op de kwaliteit van de uitvoerende diensten.
Maar die zijn door bezuinigingen uitgehold.
De deskundige ambtenaar is toch nodig, o.a. omdat die ook buiten het kader van de economie kan kijken. Het gaat eerst om de mens en daarna pas om de economie, en niet omgekeerd. (Claudia de Breij).
De ingehuurde deskundige denkt praktisch uitsluitend in economische termen en kan de ambtenaar dus niet vervangen.
De kamer heeft dus een eigen deskundigenbureau nodig om het kennistekort dat kennelijk bij de departementen heerst, te compenseren en de voorstellen van de commerciële adviseurs te beoordelen op de humane –  en uitvoeringsaspecten.

Maar het is overigens wel duidelijk dat de neoliberale mantra dat de markt zichzelf reguleert en dus de overheid een kostenpost is waarop bezuinigd moet worden, geheel achterhaald is.
De bezuinigingen die in de tachtiger jaren aanvingen, moeten nu snel worden teruggedraaid.
Maar ook als de departementen hun kennis weer op niveau hebben gebracht, dan is de denktank van de Kamer zeker nodig om tegenwicht te kunnen bieden. De samenleving is te complex om de oplossingen van problemen van één partij te laten afhangen.
En bovendien is de denktank nodig voor inspiratie tot en relativering van de ideeën van de Kamerleden en hun partijen.
Na het lezen van zijn nieuwe boek “Het tij tegen” kom ik hier zeker op terug.

 

Categorieën
Uncategorized

Denktank voor de Tweede Kamer

 Denktank
Oproep aan kabinet en parlementsleden
en aan al degenen die bezorgd zijn over onze democratie,
om stappen te zetten voor de instelling van een
Denktank van de Tweede Kamer.

 Erosie van de democratische fundamenten door onoplettendheid          Een oeroud patroon ontwikkelt zich voor onze ogen, namelijk de erosie van de fundamenten van onze democratische samenleving door onoplettendheid van de samenleving op het beleid van de overheid.
   Het Toeslagenschandaal, het Groningse gaswinningsschandaal, en de stikstofkwestie,  zijn, met andere problemen, exponenten van die erosie.
Deze fenomenen worden in mijn essay op deze website in Artikelen/Topoverleg, tegen de historische achtergrond van de ontwikkeling van samenlevingen  beschouwd, waarin het mechanisme duidelijk wordt en daarmee ook de oplossing.
   Het is inmiddels duidelijk dat het de Kamer ontbreekt aan kennis en tijd om haar functies van medewetgever en controleur van de overheid goed uit te kunnen oefenen.
Geen wonder, want de samenleving is zo complex geworden dat het voor de volksvertegenwoordiging schier onmogelijk is om zonder deskundige bijstand de werkelijkheid in haar juiste proporties te kunnen beoordelen.
   Door dit gebrek aan duidelijkheid is een leemte ontstaan in het gezamenlijk gedeelde begrip van de huidige noden, waardoor het debat met de bewindslieden de nodige diepgang mist. Een stortvloed van moties die de waan van de dag betreffen, vult de tijd.
   Een Kamer waarin partijen elkaar bestrijden en het bredere belang uit het oog verliezen, is als zodanig niet voor haar taken geschikt.
De overheid krijgt daardoor te veel ruimte voor een beleid dat tot de huidige problemen heeft geleid.

De bedoeling is de Tweede Kamer te revitaliseren door de instelling van een denktank die onafhankelijk van de politiek,  overheidsvoorstellen voor wetgeving en beleid analyseert en valideert, en die voor de Kamerleden de effecten helder maakt die het voorgestelde beleid voor de burgerij  zullen hebben.
De Denktank is dus geen adviesorgaan, maar een eigen orgaan van de Kamer dat overheidsvoorstellen onderzoekt en daarover aan de Kamer rapporteert. Dat rapport geeft ook de opties die openstaan bij de afweging van de mogelijkheden en bezwaren die aan de diverse oplossingen kleven.

Voorstanders
Van verschillende kanten wordt de noodzaak tot instelling van een denktank ingezien.
Pieter Omtzigt stelt in zijn boek Een nieuw sociaal contract (pag. 114,115) dat modellen dominant zijn en dat de beleidsmodellen van de overheid subjectieve samenvattingen van de werkelijkheid zijn, met fouten en onvolledigheden, die zouden moeten worden geverifieerd en gevalideerd door een gremium dat onafhankelijk is van de politiek en lobbyisten; een denktank dus.
De Tweede Kamer
De Tweede Kamer meldt zelf  -bij monde van de enquêtecommissie Groningse gaswinning-  in de marge van haar rapport dat de Tweede Kamer moet worden versterkt om haar taak als medewetgever en controleur van de uitvoerende macht goed te kunnen uitvoeren.
De Raad voor de rechtspraak
De voorzitter van de Raad heeft zich onlangs over de kwaliteit van wetgeving uitgelaten. Hij stelt dat goede wetgeving tot minder rechtspraak leidt, waarmee hij bedoelt dat de rechter het drukker heeft naarmate de wetgever slechte wetten maakt; en de rechter kampt al vele jaren met achterstanden. De impliciete conclusie is duidelijk.
    Het is buiten de orde dat de rechterlijke macht in het openbaar een oordeel uitspreekt over de kwaliteit van het werk van de wetgevende macht en daarmee wijst op het gebrekkig functioneren van de Kamer als medewetgever. Die uitspraak telt zwaar.
Herman Tjeenk Willink
Herman Tjeenk Willink hekelt in zijn boek Kan de overheid crises aan? de tekortschietende kennis zowel bij de bewindslieden, de departementen, als de Tweede Kamer.
In de debatten blijkt niet zelden dat partijen niet in de gaten hebben dat zij eigenlijk over verschillende onderwerpen praten.
De diepgang aan kennis is pover.
Reijer Passchier
Ook de onderzoeker Passchier komt in zijn boek Artificiële intelligentie en de rechtsstaat tot de conclusie dat de Kamer met een eigen wetenschappelijk bureau moet worden versterkt.
Kees Verhoeven
Het oud-Kamerlid Verhoeven rapporteert in zijn boek De democratie crasht  het gevaarlijke gebrek aan kennis van AI bij de Kamer. Deskundige ondersteuning is vereist. 

Waarom faalt de overheid?
Goed beschouwd ligt de oorzaak van het falen van de overheid in het gebrek aan kennis bij de Tweede Kamer die mede daardoor niet goed kan functioneren.
En dat is onder meer het gevolg van de ‘Oekaze Kok’ die in de tachtiger jaren ieder contact en kennisoverdracht tussen Kamerleden en de departementen verbood.
Deze, aan autocratie grenzende ingreep van destijds, was onlangs binnen het kabinet de aanleiding om verband te leggen met het kwijnende vertrouwen van de samenleving in de overheid en de politiek.

Toegang tot departementen
Op 11 januari 2023 besloot  premier Rutte met de minister van BZK en alle twaalf secretarissen-generaal van de departementen  – het ‘Topoverleg’-  tot opheffing van dit monopolie van bewindslieden op de kennis van de departementen.
Het argument was dat de Kamer als medewetgever toch over dezelfde gegevens moet kunnen beschikken als de overheid.
(Voor de burgerij geldt het besluit ook, met het argument dat die belasting betaalt). 
De Kamer kan nu dus de nodige gegevens en modellen (laten) opvragen om die door de denktank te laten verifiëren en bewerken zoals Omtzigt voorstelt.
Ik merk hierbij op dat de Kamer wellicht niet over de nodige kennis zal beschikken om bij de departementen de nodige informatie op te vragen; dit zal dus tot een van de taken van de denktank behoren. 

De impact van de ‘Denktank’
Het wetgevingsdebat met de overheid kan door de Kamer worden gevoerd op basis van de opties die de Denktank heeft uitgewerkt. Bij dat debat zullen leden van de Denktank aanwezig zijn waardoor het debat aan diepgang en werkelijkheidswaarde wint.  Meer hierover in hoofdstuk 4 van het hiervoor genoemde essay.
Er zijn nog twee aspecten die aandacht verdienen:
1. Het politieke klimaat wordt voor bewindslieden aantrekkelijker als het kennispotentieel van de Kamer opweegt tegen dat van de departementen. En daarmee neemt de kans toe dat gekwalificeerde personen makkelijker voor een politieke of bestuurlijke functie kiezen dan voor een functie elders.
2. Een tweede gevolg van een zodanig kennisevenwicht is dat het afschrikwekkende karakter van een minderheidskabinet verdwijnt.
Een kabinetsvoorstel kan een zodanige kwaliteit hebben dat de analyse van de Denktank een Kamermeerderheid oplevert.
De achterliggende gedachte is als volgt:
    Het voorstel van de minister komt uit de bronnen van de departementen en is gevormd aan de hand van de bedoelingen van de minister en de gehanteerde denkkaders.
Die bronnen zijn nu ook voor de Denktank toegankelijk geworden.
De kans is dan groot dat de uiteenzetting en de opties die de Denktank aan de Kamer presenteert voldoende in de lijn van het voorstel liggen om een Kamermeerderheid op te leveren.
    Deze denkwijze zou bijvoorbeeld passen voor het stikstofdebat waarbij een van de fracties een Kamermeerderheid frustreert terwijl die van een onrealistische werkelijkheidssituatie uitgaat, die door de overige Kamerleden op grond van het rapport van de Denktank niet wordt ondersteund.
Deze overige Kamerleden kunnen dan met een voldoende meerderheid besluiten. 

De instelling van de Denktank
Uitgaande van de dominante positie van de overheid zal de coalitie die uiteraard willen handhaven en dus allicht geen medewerking aan de instelling willen verlenen.
De Tweede Kamer zal nu stappen moeten nemen om haar geloofwaardigheid als betekenisvolle volksvertegenwoordiging te redden.
    Het lijkt me logisch en redelijk dat de Kamerleden, die de noodzaak van een eigen Denktank inzien, zonder meer overgaan tot het instellen daarvan. Een besluit van de Kamer als zodanig is niet nodig.
Er is namelijk een drievoudige basis bij de overheid aanwezig die voor de Kamer een uitnodiging betekent om de nodige stappen te kunnen realiseren.
1. Het beroep op het recht dat in 2017 (zie hoofdstuk 5 van eerder genoemd essay) is ontstaan om de volledige documentatie van bij de conceptie van wetgeving gebruikte AI, te ontvangen. De uitoefening van dit recht betekent impliciet de aanwezigheid van deskundigheid bij de Kamer.
2. Het recht op inlichtingen op grond van artikel 68  GW, dat zonder deskundigheid bij de ontvanger geen waarde heeft.
3. De toegang tot de kennis van de departementen, die is beoogd met de opheffing van het kennismonopolie zoals op 11 januari 2023 is besloten door de premier, de minister van BZK en de twaalf secretarissen-generaal.
     Hierbij moet ik opmerken dat in het eerder genoemde hoofdstuk 4 van mijn essay, sprake is van “Grenzeloos samenwerken” tussen departementsambtenaren en Kamerleden. Het idee van grenzeloosheid is zeer aansprekend omdat hier iets nieuws wordt gepresenteerd waarbij brede marges nodig zijn om het project handen en voeten te geven.
   Maar helaas is die samenwerking in een moeilijk te aanvaarden vorm gegoten, waar ik mijn vraagtekens bij heb gezet. Een integere vorm van samenwerken werkt alleen op een breed niveau tussen ambtenaren en Kamerleden-met-een-denktank dat niet in aparte gespreksgroepjes mag worden gevoerd; zoals dat toch wel wordt voorgesteld.
Met de gereserveerde dertig miljoen kan overigens een aardige start gemaakt worden, dunkt me.    

Adressering
Deze oproep is ook gericht tot die mensen die vanuit hun betrokkenheid op het onderhoud van onze democratie de koppen bij elkaar willen steken en de handen ineen willen slaan om te komen tot de instelling van een eigen deskundigenbureau: ‘Denktank’  van de Tweede Kamer.
    Wat de instelling en organisatie van de Denktank betreft, moet ik dat overlaten aan mensen die ervaring hebben met de instelling van nieuwe staatsrechtelijke  instituties.
    Er zijn echter een aantal essentiële randvoorwaarden:
1. De leden van de Denktank worden door loting aangewezen.
2. De loting geschiedt onder deskundigen van overheidsadviesorganisaties die geacht kunnen worden een aanvaardbare afspiegeling te vormen van de deskundigheid in Nederland op alle gebieden van wet- en regelgeving.
3. De zittingsduur is vijf jaar,  jaarlijks wordt een vijfde van hen door loting vervangen. Zij blijven evenwel behoren tot de groep waaruit de loting plaatsvindt.
4. Voor belangenverstrengeling en andere ongevraagde beïnvloeding van de leden moet worden gewaakt.
5. De Denktank heeft een bestuur dat de jaarlijkse loting voor de bestuurswisseling verzorgt; het bestuur wordt door coöptatie samengesteld.
6. De Denktank is onafhankelijk van de politiek en beweegt zich op alle gebieden van  wetenschappelijke belangstelling.  

Partijdiscipline
Kamerleden zullen zich moeten gaan beraden over de verhouding van hun eed -of belofte- op de Grondwet, tegenover de trouw aan hun politieke partij. Deze afweging leidt tot een keuze.
Een denktank is zonder meer nodig voor de verbetering van het kennisniveau en de versterking van de Tweede Kamer.
    Maar de instelling daarvan zal wellicht niet stroken met de meer beperkte oogmerken van de politieke partijen voor zover die gericht zijn op versterking van de eigen macht.
Het gaat nu echter om het algemeen landsbelang.
   Deze keuze heeft altijd al een rol gespeeld, maar tot dusver alleen op de achtergrond.
Die keuze wordt nu essentieel omdat het evenwicht tussen de uitvoerende en wetgevende macht moet worden hersteld;
dat evenwicht, dat uiteraard wordt medebepaald door de rechterlijke macht, behoort immers tot een van de meest essentiële onderdelen van het fundament van onze democratische rechtsstaat.

   De komst van een Denktank in het debat van de Kamer met de regering, brengt dat debat structureel op een hoger wetenschappelijk-  en deskundigheidsniveau waardoor het evenwicht kan ontstaan zoals dat voor een vitale democratie essentieel is.
    Het vertrouwen van de burgerij zal hierdoor toenemen en daarmee ook de stabiliteit van de samenleving.

Zwolle, 16 mei 2023
NB: D
it essay is zonder ChatGPT o.i.d. geconcipieerd

Categorieën
essays

Burgerberaad; Aanvulling op artikel in Trouw

“Veel animo voor burgerberaad om vertrouwen in de politiek te herstellen”.
Aldus Trouw op 28 maart 2023. Het burgerberaad wordt steeds vaker toegepast voor het betrekken van de burgerij bij overheidsbeslissingen. Trouw verwijst naar Vera Rovers en haar boekje ‘Nu is het aan ons’. Daarin wordt verslag gedaan van het geslaagde burgerberaad in Ierland waarbij de abortuswetgeving werd gewijzigd. Dat verslag wordt aangevuld  met een lijst van basale punten waaraan een beraad moet voldoen om te slagen.
Een van die punten is dat in het besluit dat de overheid neemt tot het instellen van een burgerberaad, moet worden vastgelegd hoe met de uitkomst van het beraad zal worden omgegaan.
Het is immers logisch dat men zich niet gaat inspannen met deelname aan een burgerberaad als niet duidelijk is wat met de uitkomst wordt gedaan.
Let wel, de uitkomst dient te gelden als de wil van de burgerij dat die uitkomst in een wettelijke regeling wordt vastgelegd.
Het is bepaaldelijk niet bedoeld als een advies aan de wetgever.
De uitkomst moet dus worden behandeld zoals ieder ander wetsvoorstel dat door de overheid in behandeling wordt genomen.
Zo werd in Ierland de voorgestelde wetswijziging in eerste instantie  onderworpen aan een referendum en vervolgens aan de gangbare parlementaire behandeling. In alle stadia werd het met een ruime meerderheid aangenomen.
Het lijkt mij goed om hier duidelijk te maken welke belangrijke verschillen onder meer aan de orde zijn in vergelijking met de gewone gang van zaken bij het maken van wetten.
1. Doordat de leden van het beraad door loting worden aangewezen is de kans op de vorming van belangengroepen en belangenverstrengeling  praktisch nihil. Het ontwikkelen van het zicht op het algemeen belang wordt daardoor niet vertroebeld door lobbyisten en partijbelangen.
2. Het beraad besluit zelf over de deskundigen die worden uitgenodigd om de diverse kanten van de problematiek duidelijk te maken. Dat is dus een proces dat zichzelf ontwikkelt omdat iedere bijdrage van een deskundige medebepalend zal zijn voor de keuze van de volgende deskundige.
3. Deze veelzijdigheid van voorlichting, –die voor de Tweede Kamer doorgaans niet wordt bereikt– verhoogt de kwaliteit van het  besluit van het beraad.
4. Het beraad kan besluiten om de ontwikkeling van de voorlichtingen en besprekingen op geschikte momenten te publiceren. Ter zake dienende reacties uit de burgerij kunnen in de voortgaande beschouwingen eventueel worden meegenomen.
5. Deze openheid verhoogt het vertrouwen van de burgerij in deze wijze van besluitvorming, en verhoogt tevens het bewustzijn van de leden over het belang van ieders inzet en toewijding.
Het zijn deze facetten die de aansluitende parlementaire behandeling zullen steunen en versnellen.
De voorwaarden voor een goed verloop van het beraad die door Eva Rovers in haar boekje worden gesteld, dienen de volle aandacht bij de bestudering daarvan.
Eerdere grootschalige burgerberaden zijn als mislukt te beschouwen omdat deze regels werden veronachtzaamd.
Mijn bedoeling is om met deze opmerkingen het artikel in Trouw aan te vullen.

7 april 2023

Categorieën
essays

Burgerberaad voor versterking van vertrouwen in de politiek

“Veel animo voor burgerberaad om vertrouwen in de politiek te herstellen”.
Aldus Trouw op 28 maart 2023. Het burgerberaad wordt steeds vaker toegepast voor het betrekken van de burgerij bij overheidsbeslissingen.
Trouw verwijst naar Vera Rovers en haar boekje ‘Nu is het aan ons’. Daarin wordt verslag gedaan van het geslaagde burgerberaad in Ierland waarbij de abortuswetgeving werd gewijzigd. Dat verslag wordt aangevuld  met een lijst van basale punten waaraan een beraad moet voldoen om te slagen.
Een van die punten is dat in het besluit dat de overheid neemt om  een burgerberaad in te stellen, moet worden vastgelegd hoe met de uitkomst van het beraad zal worden omgegaan.
Het is immers logisch dat men zich niet gaat inspannen met deelname aan een burgerberaad als niet duidelijk is wat met de uitkomst wordt gedaan.
Let wel, de uitkomst dient te worden opgevat als de wil van de burgerij dat die uitkomst in een wettelijke regeling wordt vastgelegd.
Het is bepaaldelijk niet bedoeld als een advies aan de wetgever.
De uitkomst moet dus worden behandeld zoals ieder ander wetsvoorstel dat door de overheid in behandeling wordt genomen.
Zo werd in Ierland de voorgestelde wetswijziging in eerste instantie  onderworpen aan een referendum en vervolgens aan de gangbare parlementaire behandeling. In alle stadia werd het met een ruime meerderheid aangenomen.
Het lijkt mij goed om hier duidelijk te maken welke belangrijke verschillen onder meer aan de orde zijn in vergelijking met de gewone gang van zaken bij het maken van wetten.
1. Doordat de leden van het beraad door loting worden aangewezen is de kans op de vorming van belangengroepen en belangenverstrengeling praktisch nihil. Het ontwikkelen van het zicht op het algemeen belang wordt daardoor niet vertroebeld door lobbyisten en partijbelangen.
2. Het beraad besluit zelf over de deskundigen die worden uitgenodigd om de diverse kanten van de problematiek duidelijk te maken. Daardoor ontstaat een proces dat zichzelf ontwikkelt omdat iedere bijdrage van een deskundige medebepalend zal zijn voor de keuze van de volgende deskundige.
3. Deze veelzijdigheid van voorlichting, die voor de Tweede Kamerleden doorgaans niet wordt bereikt, verhoogt de kwaliteit van het  besluit van het beraad.
4. Het beraad kan besluiten om de ontwikkeling van de voorlichtingen en besprekingen op geschikte momenten te publiceren. Ter zake dienende reacties uit de burgerij kunnen in de voortgaande beschouwingen eventueel worden meegenomen.
5. Openheid naar de burgerij verhoogt het vertrouwen van de burgerij in deze wijze van besluitvorming, en tevens het bewustzijn van de leden over het belang van ieders inzet en toewijding.
Het zijn deze facetten die de aansluitende parlementaire behandeling zullen steunen en versnellen.
De voorwaarden voor een goed verloop van het beraad die door Eva Rovers in haar boekje worden gesteld, dienen de volle aandacht bij de bestudering daarvan.
Eerdere grootschalige burgerberaden zijn als mislukt te beschouwen omdat deze regels werden veronachtzaamd.
Mijn bedoeling is om met deze opmerkingen het artikel in Trouw aan te vullen.

7 april 2023

 

 

 

Categorieën
Uncategorized

Burgerberaad. Afspraak met overheid

“Veel animo voor burgerberaad om vertrouwen in de politiek te herstellen”.
Aldus Trouw op 28 maart. Het burgerberaad wordt steeds vaker toegepast voor het betrekken van de burgerij bij overheids-beslissingen. Trouw verwijst naar Vera Rovers en haar boekje ‘Nu is het aan ons’. Daarin wordt verslag gedaan van het geslaagde burgerberaad in Ierland waarbij de abortuswetgeving werd gewijzigd. Dat verslag wordt aangevuld  met een lijst van basale punten waaraan een beraad moet voldoen om te slagen.
Een van die punten is dat in het overheidsbesluit tot een burgerberaad moet worden vastgelegd hoe met de uitkomst van het beraad zal worden omgegaan.
Het is immers logisch dat men zich niet gaat inspannen met deelname aan een burgerberaad als niet duidelijk is wat met de uitkomst wordt gedaan.
Let wel, de uitkomst dient te worden opgevat als de uiting van de wil van de burgerij dat die uitkomst in een wettelijke regeling wordt vastgelegd.
Het is bepaaldelijk niet bedoeld als een advies aan de wetgever.
De uitkomst moet dus dezelfde behandeling ondergaan zoals ieder ander wetsvoorstel dat door de overheid in behandeling wordt genomen.
Zo werd in Ierland de voorgestelde wetswijziging in eerste instantie  onderworpen aan een referendum en vervolgens aan de gangbare parlementaire behandeling. In alle stadia werd het met een ruime meerderheid aangenomen.
Het lijkt mij goed om hier duidelijk te maken welke belangrijke verschillen onder meer aan de orde zijn in vergelijking met de gewone gang van zaken bij het maken van wetten.
1. Doordat de leden van het beraad door loting worden aangewezen is de kans op de vorming van belangengroepen praktisch nihil. Het ontwikkelen van het zicht op het algemeen belang wordt daardoor niet vertroebeld door lobbyisten en partijbelangen.
2. Het beraad besluit zelf over de deskundigen die worden uitgenodigd om de diverse kanten van de problematiek duidelijk te maken. Dat is daarmee een proces dat zichzelf ontwikkelt omdat iedere bijdrage van een deskundige medebepalend zal zijn voor de keuze van de volgende deskundige.
3. Deze veelzijdigheid van voorlichting, die voor de Tweede Kamerleden doorgaans niet wordt bereikt, verhoogt de kwaliteit van het  besluit van het beraad.
4. Het beraad kan besluiten om de ontwikkeling van de voorlichtingen en besprekingen op geëigende momenten te publiceren. Ter zake dienende reacties uit de burgerij kunnen in de voortgaande beschouwingen eventueel worden meegenomen.
5. Openheid naar de burgerij verhoogt het vertrouwen van de burgerij in deze wijze van besluitvorming, en tevens het bewustzijn van de leden over het belang van ieders inzet en toewijding.
Het zijn deze facetten die de parlementaire behandeling zullen steunen en versnellen. De voorwaarden voor een goed verloop van het beraad die door Eva Rovers in haar boekje worden gesteld dienen de volle aandacht bij de bestudering daarvan.
Eerdere grootschalige burgerberaden zijn als mislukt te beschouwen omdat deze regels werden veronachtzaamd.
Mijn bedoeling is om met deze opmerkingen het artikel in Trouw aan te vullen.